|
Inleiding ... Wat is een fanfic wedstrijd? Nou hierin word een door de Fanfic Moderator een hoofdstuk geschreven. Jullie sturen allemaal hoofdstuk 2 naar mij op en dan kies ik de beste en verander er hier en daar wat in. Dan word het in het topic geplaatst en zal ik een nieuw hoofdstuk schrijven waar jullie een vervolg op schrijven. Je verhaal mag je eigen stijl/genre hebben als het maar met dezelfde personen gaat en achter elkaar past. Voor elke winaar is er 10 coins apart gelegt! ... Inleiding
Dit speelt zich vele jaren geleden in de Sovjet-Unie af. Op een vroege morgen om half tien werd de jongen Tim van veertien jaar wakker. Hij had de hele week ervoor hard voor de regering moeten werken, en nu had hij een dag vrij. Zijn vader kwam naar boven lopen, stampend en hij zwiepte de deur open, hij riep: 'Die ridders, van een paar dagen geleden staan weer voor de deur!' Tim herinnerde het zich nog vaag, een paar dagen terug kwamen er ridders in het dorp om het belasting geld op te halen, zijn vader en moeder vonden dat Tim oud genoeg was om te betalen. Tim kwam zijn bed uit en zijn vader trok hem naar beneden. Hij pakte zijn geldzakje en gaf honderd goudstukken, zijn vader en moeder volgde zijn voorbeeld en dacht klaar te zijn. Een ridder stampte naar binnen, hij keek Tim's broertje Jakob aan en riep: 'En hij dan!' en hij keek nu naar Tim en zijn vader. De vader pakte nog vijftig goudstukken en zei: 'We hebben alleen dit, maar dat is voor het eten!' De ridder werd boos en riep: 'Dan nemen wij het kind!' en hij pakte Jakob vast en nam hem mee. Tim die werd razend en schopte de ridder in zijn maag en riep: 'Moeder, Vader, Jakob!!! Weg!!! De moeder en Jakob rende via achteren weg en de ridder die eerst achter was gebleven kwam nu met zijn zwaard op Tim af. Tim kroop in elkaar maar merkte toen dat zijn vader de klap opving en riep: 'Red jezelf!!' Tim rende weg maar zijn vader werd door een ridder meegenomen, de andere ridder was Tim achterna gegaan. Tim rende zo hard als hij kon. Na een paar uur door en door rennen kwam hij bij de haven. Een vrachtschip wou net weg gaan toen er een man aankwamen die zei: 'Zoek jij nog een baantje in de haven?' en voor Tim kan antwoorden was hij met een boot op weg naar... waar de boot hem zou brengen! ... Hoofdstuk 1 ... Tim liep over het dek hij was de enige die echt zwaar werk had. Hij moest de hele tijd zware kisten tillen en schoonmaken. Hij zag veel mensen die rustig lagen of holpen met koken. Hij moest wel werken want anders werd hij van boord gegooid. Hij werkte dus door, door tot twaalf uur in de middag, dan was het pauze en mocht iedereen eten. Het eten was slecht, het waren meestal verrot fruit, hij voelde zich niet lekker en zag hoe de andere gewoon brood kregen. Tim werd razend maar mocht en kon niets doen. Na een kleine tien minuten zag hij dat er een man aankwam, een grote gespierde man die hard bulderde door de zaal: 'Stilte en stop met eten!' Tim wist wie het was, het was de eigenaar van het schip, het was een norre man en hij was altijd chagrijnig. Er liepen twee mannen achter hem aan. De een was altijd vrolijk en had de op een na hoogste functie, de andere was wat minder vrolijk en dat was de reden dat hij een minder hoger functie had. De drie mannen gingen controles lopen of iedereen zijn bord leeg had. Tim at snel door want als ie niet op was kreeg je de volgende dag niets. De aardige man kwam langs en Tim had zijn bord niet leeg maar de man knipoogde naar hem en Tim knipoogde dankbaar terug en at weer snel verder. Aan het eind van de dag kregen ze allemaal een groot bord met stampot. Tim vond het erg smaken en liet dat ook merken want hij at binnen vier minuten zijn hele bord leeg. Weer kwamen de drie mannen binnen en nu begon de vrolijke man met spreken: 'De kapitein heeft orders gegeven dat iedereen extra hard moet werken en daarom word het portie eten verdubbeld!' en de man kan niet verder meer praten want iedereen begon te juichen. Tim begon steeds meer te eten en hij vond het steeds beter gaan aan boord tot na een dag de kapitein kwam controleren. Tim had zijn bord niet leeg en de kapitein was razend. Tim begon te stotteren: 'Sss..sso..rr.yyy meneer...' maar dat hielp niet en hij mocht voortaan s’middags niet meer eten.
|